Met het aankopen van een obligatie koop je een stukje van een lening aan een bedrijf. Op het moment dat de obligatielening wordt uitgeschreven gaan de bedragen van de beleggers daadwerkelijk naar het bedrijf. Daarna kunnen de houders van die obligaties hun deel van die lening verkopen op de beurs.
Zoals bij iedere lening zijn er bij een obligatielening ook afspraken gemaakt over de rentevergoeding en de terugbetaling. Die afspraken bepalen of het voor mensen interessant is om een obligatie te kopen. Als de rentevergoeding op een obligatie 4% bedraagt terwijl de marktrente 5% is, waarom zou iemand die obligatie dan willen hebben? Alleen als hij er minder voor hoeft te betalen. Stel dat het uitgeleende bedrag € 1000 is - dat is ook het bedrag dat aan het eind van de looptijd terugbetaald wordt. Je zou best een obligatie met een rente van 4% kunnen kopen, als je er minder dan €1000 voor hoeft te betalen. Dan krijg je immers naast de rente ook een stukje winst. Op deze manier komt de prijs van een obligatie (de obligatiekoers) tot stand.
